Dutch Code for Good Public Administration

Principles of proper public administration, published by the central government of The Netherlands in June 2009


BY JACK P. KRUF | AUGUST 2022

In finding the tone of the city it is essential to determine the character and quality of the governmental navigation by the involved and responsible actors as well as the objects of governance (citizens, businesses and society). Which criteria could possibly be developed to measure and monitor. In 2009 in The Netherlands the Ministry of the Interior and Kingdom Relations published a set of usable principles in the form of a code.

Minister Dr G. ter Horst in her foreword: “In The Netherlands, the principles of the democratic constitutional state form the framework for our functioning. Citizens and government must give substance to them together. The government cannot do this without the citizens; the citizens cannot do this without the government. This reciprocity requires the right balance of rights and duties between citizens on the one hand, and the government on the other.

The rights and duties of citizens are laid down in formal laws and regulations. In addition, the Charter on Responsible Citizenship makes an informal, moral appeal to citizens to be active and responsible members of society.

There are also many formal laws and regulations governing the functioning of public administration. Precisely because of their formal nature, these laws and regulations do not necessarily invite self-reflection. As a result, we would almost lose sight of why we have all these laws and regulations: to meet social needs within the framework of the democratic constitutional state.

The Code of Good Public Administration sets out the basic principles of good public administration in our democratic constitutional state. It is an informal instrument that appeals to the individual responsibility of administrations to conscientiously fulfil their tasks and responsibilities in public administration. It invites self-reflection and translation into daily practice.

I ask that special attention be given to integrity. We can lay down as much as we like in formal laws and regulations and informal codes; ultimately, the individual and collective integrity of directors is essential. Just like the individual and collective integrity of those who control them. Unfortunately, even in public administration there are occasional examples of lack of integrity and the negative consequences thereof.

It is precisely the people who fulfil individual and collective tasks and responsibilities in public administration, who serve all of our interests; it is precisely they who must set a good example. This is how we earn the citizens’ trust in the government. This is how we stimulate active and responsible citizenship. This is how government and citizens together can give substance to the functioning of our democratic constitutional state.”

Introduction

Good public administration is essential for the functioning of our democratic constitutional state. Without good public administration, there cannot be a healthy interaction between government and society and the government cannot meet social needs.

This code describes what good public administration means for the boards of individual organisations in the public administration in the Netherlands, both at central and decentralised level.

Good public administration, even in a prosperous and developed country such as the Netherlands, is not a matter of course. Even the fact that political and social interests are democratically legitimated does not offer an absolute guarantee in this respect. This code urges boards of organisations in public administration to make and keep alive the principles of good governance in their daily practice, and offers a frame of reference for others to call them to account on this.

The code does not contain any legally enforceable standards. There is already a great deal of legislation and regulation regulating government action, including the general principles of good governance. The values underlying these laws and regulations are made explicit in the code. They are the shared values on which public administration operates. The code invites people to translate these values into their own situation and to take action: to actively disseminate them within and outside the organisation, to set an example and to be accountable for good governance. Existing initiatives can be used for this purpose.

The principles should be seen in connection with each other. In practice, principles will sometimes need to be weighed against each other. For example, a legitimate decision need not always be the most effective decision. It is important that boards make their considerations consciously and are open about them. The public interest always comes first: public administration is there for and on behalf of citizens.

Good public administration requires maintenance and continuous attention. The code ‘lives’ when boards apply it conscientiously and report on it publicly on a regular basis.

Principles

    1. Openness and integrity: The board is open and honest and makes it clear what it means by this. The board sets a good example in its behaviour, both within the organisation and externally.
    2. Participation: The board knows what is going on in society and shows what it does with this. 
    3. Appropriate contacts with citizens: The board ensures that itself and the organisation behave properly in contacts with citizens.
    4. Goal-orientation and efficiency: The board announces the goals of the organisation and takes the decisions and measures necessary to achieve the goals set.
    5. Legitimacy: The board takes the decisions and measures it is entitled to take and which are in accordance with the applicable laws and regulations. The decisions can be justified.
    6. Learning and self-cleansing ability: The board improves its performance and that of the organisation, and organises the organisation accordingly.
    7. Accountability: The board is prepared to regularly and generously account for its actions to those around it.

12 Principes van Goede Besturing

About a story of good governance in a town hall.


BY JACK P. KRUF

DRaad van Europa heeft 12 principes voor goede besturing vastgesteld. Zij dienen als uitgangspunten, randvoorwaarden en richtlijnen bij het effectief handelen in publieke zaken.

Het is een nobele set en een aansporing voor elk bestuur en elke organisatie. Het is spannend om te weten waar mechanismen van bijsturing zitten en hoe deze werken, indien niet voldaan wordt aan één of meer van de principes:

    1. Participatie, Vertegenwoordiging, Eerlijk verloop van Verkiezingen.
    2. Responsiviteit.
    3. Efficiëntie en Doeltreffendheid.
    4. Openheid en doorzichtigheid.
    5. Rechtsstaat.
    6. Ethisch gedrag.
    7. Bekwaamheid en capaciteit.
    8. Innovatie en openheid voor verandering.
    9. Duurzaamheid en oriëntatie op lange termijn.
    10. Gezond financieel beheer.
    11. Mensenrechten, culturele diversiteit en sociale cohesie.
    12. Verantwoordingsplicht.

De overlevering leert ons dat hiervoor een hoog organiserend vermogen nodig is van de bestuurders en managers die de principes geacht worden te hanteren. Siena werd in de veertiende eeuw – toen een staat, geen stad – erg goed geleid. Persoonlijke kwaliteiten dus. Anders gezegd: Siena kwam tot bloei omdat er goede bestuurders zaten.

Wat was hun geheim, wat hun competenties? Een addendum bij deze principes inzake de noodzakelijke competenties is eigenlijk gewenst. Wij weten: zonder goede mensen, geen succes.

Bibliography

Lorenzetti, A. (1339) The Effects of Good Government. Siena: Sala dei Nove.

Nederlandse code voor goed openbaar bestuur

Beginselen van deugdelijk overheidsbestuur, gepubliceerd door de rijksoverheid van Nederland in juni 2009


BY JACK P. KRUF | AUGUST 2018

In het vinden van de toon van de stad is het belangrijk ook karakter en kwaliteit van de bestuurlijke navigatie door de betrokken en verantwoordelijke actoren alsmede de objecten van besturing (burgers, bedrijven en samenleving) te bepalen. Welke criteria zouden hiervoor mogelijk ontwikkeld kunnen worden om te meten en te monitoren? In Nederland publiceerde in 2009 het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een set van principes in de vorm van een code.

Minister dr. G. ter Horst in haar voorwoord: “Beginselen van de democratische rechtsstaat vormen in Nederland het kader van ons functioneren. Burgers en overheid moeten er samen invulling aan geven. De overheid kan dit niet zonder de burgers; de burgers kunnen dit niet zonder de overheid. In die wederkerigheid is een juiste balans nodig van rechten en plichten van de burger enerzijds, en van de overheid anderzijds.

De rechten en plichten van burgers liggen vast in formele wetten en regels. Daarnaast doet het Handvest verantwoordelijk burgerschap (lees ook pdf) een informeel, moreel beroep op burgers om actief en verantwoordelijk in de maatschappij te staan.

Er zijn ook veel formele wetten en regels die het functioneren van het openbaar bestuur vastleggen. Deze wetten en regels nodigen – juist door hun formele karakter – niet per se uit tot zelfreflectie. Daardoor zouden we bijna uit het oog verliezen waarom we al die wetten en regels hebben: om te voorzien in maatschappelijke behoeften binnen het kader van de democratische rechtsstaat.

De code

In deze code voor goed openbaar bestuur is te vinden wat de basale beginselen van goed openbaar bestuur zijn in onze democratische rechtsstaat. Het is een informeel instrument dat een beroep doet op de eigen verantwoordelijkheid van besturen om een gewetensvolle invulling te geven aan hun taken en verantwoordelijkheden in het openbaar bestuur. Het nodigt uit tot zelfreflectie en vertaling naar de dagelijkse praktijk.

Speciale aandacht vraag ik daarbij voor integriteit. We kunnen nog zoveel vastleggen in formele wetten en regels en informele codes; uiteindelijk is de individuele en collectieve integriteit van bestuurders essentieel. Net als de individuele en collectieve integriteit van hen die de bestuurders controleren. Helaas zijn er ook in het openbaar bestuur af en toe voorbeelden van gebrek aan integriteit en de negatieve gevolgen daarvan.

Juist de mensen die individuele en collectieve taken en verantwoordelijkheden vervullen in het openbaar bestuur, die ons aller belang dienen; juist zíj moeten het goede voorbeeld geven. Zó verdienen we het vertrouwen van de burger in de overheid. Zó stimuleren we actief en verantwoordelijk burgerschap. Zó kunnen overheid en burgers samen invulling geven aan het functioneren van onze democratische rechtsstaat.”

Inleiding

Goed openbaar bestuur is essentieel voor het functioneren van onze democratische rechtsstaat. Zonder goed openbaar bestuur kan er geen gezonde wisselwerking plaatsvinden tussen overheid en samenleving en kan de overheid niet in maatschappelijke behoeften voorzien.

In deze code is te vinden wat goed openbaar bestuur betekent voor besturen van individuele organisaties in het openbaar bestuur in Nederland, zowel op centraal als decentraal niveau.

Goed openbaar bestuur is zelfs in een welvarend en ontwikkeld land als Nederland geen vanzelfsprekendheid. Ook het feit dat politieke en maatschappelijke belangen democratisch gelegitimeerd worden afgewogen, biedt wat dit betreft geen absolute waarborg. Deze code drukt besturen van organisaties in het openbaar bestuur op het hart beginselen van goed bestuur in de dagelijkse praktijk levend te maken en levend te houden, en biedt een referentiekader voor anderen om hen hierop aan te spreken.

De code bevat geen juridisch afdwingbare normen. Er is al veel wet- en regelgeving die het optreden van de overheid reguleert, waaronder de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De waarden die aan deze wet- en regelgeving ten grondslag liggen worden in de code expliciet gemaakt. Het zijn de gezamenlijke waarden op basis waarvan het openbaar bestuur functioneert. De code nodigt uit tot vertaling van deze waarden naar de eigen situatie en tot het nemen van actie: het actief uitdragen binnen en buiten de organisatie, een voorbeeld willen zijn en aanspreekbaar willen zijn op goed bestuur. Hiertoe kan worden aangesloten bij bestaande initiatieven.

De beginselen moeten in elkaars verband worden gezien. In de praktijk zullen beginselen soms tegen elkaar afgewogen moeten worden. Zo hoeft bijvoorbeeld een legitieme beslissing niet altijd de meest doelmatige beslissing te zijn. Belangrijk is dat besturen hun afwegingen bewust maken en daarover open zijn. Het publieke belang staat daarbij altijd voorop: het openbaar bestuur is er vóór en namens burgers.

Goed openbaar bestuur vergt onderhoud en continue aandacht. De code ‘leeft’ als besturen hem gewetensvol toepassen en daarvan regelmatig publiekelijk verslag doen.

Beginselen

    1. Openheid en integriteit: Het bestuur is open en integer en maakt duidelijk wat het daaronder verstaat. Het bestuur geeft in zijn gedrag het goede voorbeeld, zowel binnen de organisatie als daarbuiten.
    2. Participatie: Het bestuur weet wat er leeft in de maatschappij en laat zien wat het daarmee doet.
    3. Behoorlijke contacten met burgers: Het bestuur zorgt ervoor dat hijzelf en de organisatie zich behoorlijk gedragen in contacten met burgers.
    4. Doelgerichtheid en doelmatigheid: Het bestuur maakt de doelen van de organisatie bekend en neemt de beslissingen en maatregelen die nodig zijn om de gestelde doelen te behalen.
    5. Legitimiteit: Het bestuur neemt de beslissingen en maatregelen die het mag nemen en die in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving. De beslissingen zijn te rechtvaardigen.
    6. Lerend en zelfreinigend vermogen: Het bestuur verbetert zijn prestaties en die van de organisatie, en richt de organisatie hier op in.
    7. Verantwoording: Het bestuur is bereid zich regelmatig en ruimhartig jegens de omgeving te verantwoorden.